Aardappelkoekjes

aardappelkoekjes

Sinds ik in Guatemala de lekkerste aardappelkoeken ooit at ben ik op een missie. Een missie om ook hele lekkere aardappelkoekjes te maken. En dat valt gek genoeg niet mee. Voor iets wat bekend staat als restverwerking is het toch verrassend moeilijk. De ene keer zijn ze te droog, dan weer vallen ze uit elkaar, dan bakken ze aan enz. enz. De kunst van het aardappelkoekje is natuurlijk de smaak, maar ook de vorm en de vastheid. Ook moeten ze knapperig van buiten zijn en smeuïg van binnen. Maarrr, na vele pogingen is het gelukt!

Ingrediënten:

500 gram kruimige aardappels, geschild en in blokjes
1 ei
1 ui fijngesneden
1 hele prei in kleine snippers gesneden
70 gram geraspte extra belegen kaas
1 rode peper in zeer dunne reepjes en ontdaan van zaadjes
peper en zout
verse fijngesneden koriander
scheutje olijfolie
1 eetlepel mosterd
1 eetlepel bloem en een beetje meer voor het bakken

Bereidingswijze:

Bak in een koekenpan de prei, met de ui en chilipeper bijna goudbruin.
Kook de aardappels gaar en stamp ze fijn met de olijfolie.
Roer het ei erdoorheen en daarna om beurten de kaas, het preimengsel, de koriander, en de mosterd. Proef af op peper en zout en kijk of de puree smeuïg genoeg is, het moet vooral niet droog zijn, je kunt dan eventueel een eetlepel melk of water toevoegen, maar pas op dat je hem niet te dun maakt. Zet het mengsel ongeveer een halfuur in de koelkast, liefst iets langer wanneer je daar tijd voor hebt.
Roer er, wanneer je het mengsel gaat gebruiken, een eetlepel bloem doorheen en vorm balletjes ter grootte van een pingpongbal. Druk ze een beetje plat, wentel ze door wat bloem en laat ze in een koekenpan met een laagje olie bruinbakken. Schud tijdens het bakken regelmatig met de pan om aanbakken te voorkomen.

Serveer warm, met een groene salade en een pittige chilisaus of bijvoorbeeld tzatziki.

Tip: Voor een nog lekkerder resultaat bak je de aardappelen nadat je ze gekookt hebt en gebruikt ze dan pas om er aardappelkoekjes van te maken.